Als kind en jongere hoorde ik in mijn vriendenkring heel wat geklaag over ouders en arrogantie ten opzichte van hen. Ik vond dat ik destijds niets te klagen had, was trots op ons toen warme gezin en snapte de houding van mijn vrienden niet zo goed. Net zomin als die van hun ouders. Ik zag hoe slecht zij de aanmerkingen op hun opvoeding verdroegen, hoe ze ontkenden, zichzelf schoonpraatten en soms zelfs rustig de feiten verdraaiden. Het veel gehoorde “Maar ik bedoelde het goed,” vond ik de treurigste van alle zelfverdedigingen.
Ergens in die tijd nam ik me heel bewust voor om dat in de toekomst nooit met mijn kinderen te gaan doen. Dat leek me een simpel, maar noodzakelijk iets. Wat is er nu prettiger dan sorry zeggen tegen een kind dat een sorry verdient?
Mijn volwassen dochter had nachtkastjes gekocht. Tweedehands, altijd al een zwak van mij. Ze nam me dan ook meteen mee naar boven. Puur om te kijken of er lades in zaten of een plankje, deed ik een deurtje open – en meteen weer dicht. (Plankje trouwens.) Toen pas drong naar aanleiding van haar geamuseerde reactie tot me door dat je andermans kastjes nu eenmaal niet zomaar opentrekt. En al zeker geen nachtkastjes. Dan ‘sorry’ zeggen is een kleintje en welverdiend. Je wéét, ook al deed je het er niet om, dat je fout zat.
Soms zijn er echter sorry’s met meer gewicht nodig, waar je niet op bent voorbereid. Wat als een van je kinderen aankomt met een jeugdtrauma dat het onder jouw hoede zegt te hebben opgelopen? En dat terwijl je juist álles denkt te hebben gedaan om dit kind te beschermen tegen gevaar van buitenaf.
Dan moet je je dus óók excuseren en het trauma erkennen. Plus je eigen aandeel daarin.
Volslagen onverwachts heb ik bij mezelf een groot, achteraf bezien jarenlang verzet daartegen bemerkt. Het verzet dat ik vroeger niet begreep van andere ouders… Maar vandaag ben ík dus zo’n ouder.
Een verzet dat mijn kind mij kwalijk heeft genomen. Terecht.
Wáárom dit ontduiken van de evidentie?
Ik ben dat maar langzaam gaan begrijpen.
Het waren moeilijke weken waarin ik worstelde met onder andere de vraag waarom ik geen heldere, complete excuses over mijn lippen kreeg zonder een onmiddellijk erop volgend “ja maar…” Integendeel: alleen maar meer uitleg en verweer.
Omdat mijn kind niet opgaf, kreeg ik het door. Althans van mezelf. En ik vermoed dat dit bij veel ouders ongeveer zo ligt. Ouders die de wereld zouden afgraven voor hun kind en toch aanklachten krijgen die ze niet begrijpen en dus niet kunnen accepteren. Een situatie waardoor hun excuses, áls ze al komen, als on(r)echt aanvoelen.
“Sorry voor hoe het is gelopen en wat ik daarin verkeerd heb gedaan” zou toch een simpele reactie en voor beide partijen een opluchting moeten zijn? Maar tijdens een emotioneel telefoongesprek, ontdekte ik dat “sorry” zeggen voor mij gelijk stond aan toegeven dat ik niet voldoende van dit kind gehouden heb om het adequaat af te schermen. En dat ik daar ook nog eens geen verantwoordelijkheid voor heb willen opnemen. Bijna alsof ik met opzet het verkeerde had gedaan als moeder. Kortweg betekende het gevoelsmatig hetzelfde als tegen mijn kind moeten zeggen:
Sorry, ik gaf gewoon niet genoeg om je. Pech.
En dát is juist het onuitsprekelijke. Want als je van één wezen houdt, dan is het wel je kind. Die onmetelijke, onvoorwaardelijke liefde lijkt op zo’n moment op de waagschaal te worden gelegd. Dát is de pijn die lamlegt, die je woorden van spijt op je lippen doet besterven en je juist het defensief in jaagt.
Terwijl die liefde die je niet betwijfeld wil zien, je eigenlijk boven je gekweste ego en zelfs je plotse, totaal ontwrichtende identiteit als falende ouder uit zou moeten tillen.
Ja, je hebt het goed bedoeld.
Nee, het heeft niet goed uitgepakt.
Of dat eerlijk voelt of niet, doet er uiteindelijk minder toe dan dit: dat er ruimte moet zijn voor de ervaring van je kind.
Pas daarna is er weer zuurstof. Hoop je.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.