Élk slachtoffer heeft een naam

Omwille van een (niet orthodoxe en niet van geboorte) Joodse vriendin die ik al ken sedert mijn twintigste, houd ik mijn mening over de Joods-Palestijnse toestanden op Facebook onder de radar. Een mening die ik trouwens al heb sedert mijn verschillende verblijven in Israël van lang geleden en recenter. Israël, waar ik zowel Joodse als Palestijnse vrienden heb. Ik ben op allebei even zeer gesteld, maar als ik met een helikopter view neerkijk op het kolonistengedrag daar, moet ik constateren dat het niet veel beter is dan kolonisatie wereldwijd, al eeuwenlang.

Als mijn buurvrouw, die geen balkon heeft, het zich gezellig maakt op het mijne omdat haar God zijn zogezegde favoriet in het oor heeft gefluisterd dat het bewuste balkon eigenlijk haar toebehoort, ga ik ook niet zomaar opzij om me op het toilet te laten opsluiten. Al heeft die buurvrouw nóg zoveel ellende meegemaakt in haar leven en al is ze nóg zo’n goed mens, vroeg of laat zou ik gaan revolteren. Tijdens mijn vele, intense ontmoetingen met beide partijen, de Joodse en de Palestijnse, ben ik alleen maar meer gesterkt in mijn persoonlijke mening én tegelijkertijd ook in het besef dat er natuurlijk twee ingewikkelde verhalen spelen met een uiterst emotioneel beladen, lange voorgeschiedenis.

Mijn joodse vriendin kreeg in de loop van onze vijfenveertig- jarige vriendschap drie prachtige kinderen, op wie ik via Facebook, een kraamvisite,  haar verhalen en verder vanuit de verte zeer gesteld raakte. Toen Hamas aanviel, was ik er dan ook onmiddellijk bij om dagelijks naar het welzijn van haar drietal te vragen (zelf leeft ze tegenwoordig elders). Eén van hen, wonend in Tel Aviv, slaapt elke nacht in een schuilkelder. Ik leefde me in in wat voor machteloze angst mijn vriendin moest zitten. Met dat dagelijkse medeleven zei ze blij te zijn en ze nam het me kennelijk niet kwalijk dat ze geen ondersteuning van mij kreeg op haar felle pro-Israëlische slachtoffer propaganda. Mijn mening over de politieke situatie hield ik er buiten, zoals al die jaren al.

Totdat ik een paar weken geleden een (niet eigen) bericht postte, dat ik te belangrijk vond om omwille van haar te negeren. Het betrof de uitspraak dat er niet één verhaal is, maar meerdere. Dat niet enkel de joodse slachtoffers bij naam genoemd moeten worden maar ook de Palestijnse. Palestijnen hebben ook namen, hoewel in de periode volgend op de eerste aanval van Hamas de neiging bestond om hun dodental in nummers uit te drukken. Het was een indringende oproep tot menselijkheid ten opzichte van onschuldige burgers aan beide zijden.

Verder bleef ik me op de hoogte houden van het wel en wee van de vriendin en haar gezin. Althans, dat probeerde ik, maar ik ving plots telkens bot. Uiteindelijk heb ik gecheckt: en ja hoor, ik was na vijfenveertig jaar onmiddellijk na mijn post en zonder één woord ontvriend. Zoals in conflicten zo vaak gebeurt, werd elke vorm van vermenselijking van de tegenstander geweerd.  Los van de klap die de situatie me gaf, en die ook zij kennelijk aan mijn post had overgehouden, heeft het me weer met de neus erop gedrukt hoe genadeloos en radicaal destructief recht kan zijn. Een recht op vergelding en vernietiging dat mensen wanneer hen veel is aangedaan vaak oprecht denken te hebben. Een recht waarmee een zwaar geplaagd volk zich in Palestina heeft breed gemaakt. Terwijl dat echt maar een heel smal landje is.


Afbeelding: Eigen foto, militaire begraafplaats Margraten (NL)
Redactie: Petra Hoetz